Natuurgeneeskunde kunnen we definiëren als een geneeswijze die rekening houdt met het eigen vermogen tot herstel (de "Vis Medicatrix Naturae") van een organisme. Er is een natuurlijke neiging naar gezondheid en met bepaalde therapieën of handelingen kun je dit zelfgenezend vermogen stimuleren.

De natuurgeneeskunde richt zich niet primair op het bestrijden van de ziekte en het behandelen van de symptomen, maar richt zich vooral op het stimuleren van het zelfgenezend vermogen.

Vanuit de natuurgeneeskunde wordt de oorzaak van ziekten gezien als een groep factoren die de gezonde balans in het lichaam verstoren. Deze factoren kunnen onder andere stress, te weinig rust, slechte voeding , te weinig bewegen, te weinig drinken (water) zijn, en vaak ook een ophoping van afvalstoffen hierdoor.

Ziekte wordt gezien als een poging van het lichaam deze verstoring op te ruimen of als een aanpassing om minder last te hebben van verstorende factoren.

Herstellen en ondersteunen kan door aanvulling van tekorten door betere voeding, vitaminen/mineralen suppletie en bijvoorbeeld oefeningen en wandelen.

Stimulatie met name van het immuunsysteem kan door herstel van het microbioom (oa. pre en probiotica) door vitaminen/mineralensuppletie (zink, magnesium en selenium) en ook door verandering van dieet en levenstijl.